Wetten op een wetsteen

Om kort te gaan en alle vooroordelen te bevestigen:
Ja, wetten op een wetsteen is moeilijk, het vergt oefening en het resultaat is afhankelijk van de kunde (en materiaalkennis) van de slijper. Bovendien duurt het wetten op wetstenen veel langer dan het slijpen met een doortrekslijper of electrische slijpschijf. En dan zijn goede wetstenen ook nog duur tot onbetaalbaar. Maar als je de kosten wilt dragen, de kunst van het wetten eenmaal beheerst en de moeite wil nemen om je wetstenen regelmatig te onderhouden, is het resultaat onovertroffen.

Waarom zou je willen wetten op een wetsteen?

Eigenlijk is het, gezien de bovenstaande opmerkingen, de vraag waarom je wilt wetten op een serie wetstenen in plaats van een bijvoorbeeld op een slijpsysteem of doortrekslijper. Die vraag kan je ook stellen aan een bestuurder van een Ferrari. Stuurt moeilijk, heeft veel te weinig vering, knalt tegen iedere verkeersdrempel, er draait een kolk in de benzinetank en noem maar op. Maar toch Ferrari. Waarom? Niet alleen omdat die hard kan rijden, maar vooral omdat de bestuurder in een Ferrari met de juiste handling een superervaring kan beleven die je in een andere auto waarschijnlijk nooit zult beleven. Kwaliteiten die je van de beste wetstenen ook mag verwachten. De te behalen scherpte is ongeëvenaard. Niet altijd nodig, maar ontzettend leuk om er mee te kunnen werken.

Met wetstenen kan je heel veel verschillende vaardigheden ontwikkelen; van het creëren van een ruwe snede aan een plaatje staal, wat we dan vele bewerkingen later een mes gaan noemen, tot het geven van de ultieme superscherpte aan een al zeer scherp mes. Juist die kick van het volledig zelf bepalen en doorwerken van de verschillende slijpfases (gangen) per mes en het daarmee behalen van het beoogde resultaat, maakt het wetten tot een uitdaging. Ieder mes moet weer scherper worden dan het vorige mes en voor ieder mes geldt ook dat de bereikte scherpte langer houdbaar moet blijven dan het vorige mes. Er is altijd verbetering mogelijk en dat doe je allemaal zelf. Je geeft net iets meer of minder druk, gebruikt net iets meer of minder vloeistof, probeert andere vloeistoffen, schaft een superdure wetsteen aan met nét die eigenschappen die je miste op je vorige superdure wetsteen. Juist het zoeken naar die extra verbeteringen tijdens het wetten maken het tot een bijna Zen-achtige ervaring, waarmee je uren bezig kunt zijn zonder dat je je ook maar een moment afvraagt of het al die moeite waard is. Verslavend!

Wat is wetten? Is het iets anders dan slijpen?

Ja, wetten is iets anders dan slijpen, maar ook iets anders dan schuren of läppen. Met al deze methoden maak je een mes scherper (ik zeg hier ‘mes’, maar zal daarmee ook in de rest van deze blog alle andere te scherpen objecten aanduiden, zoals scharen, zwaarden, bijtels etc.). In ieder geval worden altijd abrasieve (slijpende) korrels ingezet om het oppervlak van een object aan te scherpen, af te vlakken, te polijsten etc. De methoden verschillen van elkaar in het materiaal waarop de abrasieve korrels zitten of zijn aangebracht, het gebruik van losgekomen of afgebroken korrels en voor welk doel er eventuele vloeistoffen worden gebruikt. Vooraf verklap ik alvast dat wetten een mengvorm is van slijpen en läppen, met variabele nadruk op één van beide, waarmee snelheid en precisie worden gevarieerd.

 

schuren
Schuren: de abrasieve korrels zitten vast op een doek, papier of blok. De bedoeling is dat de schuurkorrels daarop stabiel blijven vastzitten en vanuit hun vaste positie het te schuren oppervlak bekrassen. Bekende materialen zijn schuurpapier of een schuurspons. In de messenslijperij wordt alleen geschuurd bij het vlak maken van gebruikte wetstenen. Een mes zelf wordt nooit geschuurd.

 

slijpen
Slijpen: de korrels zitten aan elkaar vast en vormen samen een slijpsteen. De korrels in een slijpsteen zijn aan elkaar verbonden, niet aan een ondergrond van ander materiaal. Kenmerkend bij slijpen is dat de snijsnelheid hoog is en de materiaalafname relatief klein (gezien de snelheid van de slijpschijf). Afgebroken korrels worden niet meer gebruikt; andere, nog vastzittende korrels nemen het werk over. Bij het slijpen kan vloeistof worden ingezet om te voorkomen dat het mes of ander object verbrandt of smelt.

 

wetten
Wetten: Wetten wordt uitgevoerd op een wetsteen, waar het mes overheen wordt gehaald. De snelheid waarmee het mes-oppervlak wordt bewerkt is relatief laag (t.o.v. de snel draaiende schijf bij slijpen). De korrels zitten, net zoals op een slijpsteen, aan elkaar, niet op een ‘drager’ (behalve bij een diamant wetsteen). Bij wetten is het niet altijd de bedoeling dat de korrels vast blijven zitten. Ook de korrels die van de steen loskomen, worden gebruikt. Ook die korrels happen, al rollend tussen steen en mes, kleine stukjes metaal weg. Vloeistof dient o.a. voor het in de buurt houden van losgekomen korrels. De vloeistof heeft hier dus, naast koeling, een tweede doel. De wetvloeistof moet goed worden gekozen om het wetten zo efficiënt mogelijk te maken; de vloeistof mag niet te stroperig zijn, want dan ontstaat een ‘kussen’ tussen de steen en het mes, maar ook niet te waterig, omdat dan de losse korrels te snel wegspoelen. Bovendien moet de vloeistof het ‘vollopen’ van de wetsteen tegengaan. De meest gebruikte vloeistoffen zijn water, olie en speeksel.

 

läppen
Läppen: Het hoofdkenmerk van läppen is dat de korrels nergens aan vast zitten, maar in een emulsie zitten. De pasta ontstaat door het wrijven van een zg. melksteen op de wetsteen, waarbij vocht wordt toegevoegd. Een andere läpvorm is polijsten, waarbij zeer kleine korrels in een pasta op een doek of polijstschijf worden aangebracht, waarmee een oppervlak glad wordt gewreven. De korreltjes ‘rollen’ tussen de steen / het doek en het te läppen oppervlak heen en weer en happen daarbij, net zoals bij het wetten, kleine deeltjes metaal af. Goedkoop läppen kunt u zelf met zand of klei op een glazen of granieten plaat. Zand zorgt voor de groffe scherpte en klei voor de fijne scherpte. In wezen vormt deze wijze van läppen ook de basis voor de beroemde japanse slijpkunst.

Korreleigenschappen

Voor alle aanscherpmethoden bepalen de grootte, vorm en hardheid van de abrasieve korrels de werkwijze en het resultaat.

Korrelgrootte

Grote korrels worden gebruikt voor het snel wegnemen van veel metaal. Grote korrels maken onder voldoende druk diepe krassen in het metaal en nemen daarbij veel metaal weg. Het resultaat van grote korrels is een ruw oppervlak op de  vouw en een kartelige snede . Bij het maken van een nieuw mes worden in eerste instantie grote korrels gebruikt, die een groffe snijrand  aan een plaat staal maken. Een steen met grote korrels wordt ook gebruikt voor het opnieuw maken van een vouw en snede aan een erg beschadigd of zeer bot mes.

Wetsteen resultaat van grof naar fijn
Vijf slijpgangen van grote korrel (donkerblauw) naar ultrakleine korrel (lichtgroen)

Na het gebruik van een grote korrel wordt een steen met een kleinere korrel gebruikt om de resten die de groffe slijping heeft nagelaten verder weg te slijpen. De kleinere korrel maakt minder diepe krassen en vlakt op deze wijze het grof bekraste oppervlak uit. De stap daarna is weer een kleinere korrel etc., zodat uiteindelijk een gladde vouw en snede ontstaan.

Korrelvorm

De vorm van abrasieve korrels bepaalt de vorm van de krassen. Het diamantgruis op een diamanten slijpstaaf of -steen is zeer scherp en maakt smalle diepe krassen. De losgekomen granaten uit een Coticule zijn bijna rond en maken daarom bredere ondiepe krassen. Vooral bij scheermessen is dit verschil erg belangrijk. Een diamanten wetsteen kan voor scheermessen nooit een mooie gladde snede produceren, waar een bijna ronde granaat dat wel kan.

Korrel hardheid

De hardheid van een korrel bepaalt welk metaal bewerkt kan worden. Een harde korrel is in staat om harde metalen te bekrassen, een zachte korrel niet. Een zachte korrel maakt daarom op ieder mes minder krassen dan een harde korrel en in de praktijk levert dat een minder efficiënte steen op. De korrel in goede wet- of slijpstenen zijn altijd hard, zodat ze veel materiaal afnemen. Diamant is zeer hard en kan alle staal scherpen. Een zandkorrel is veel zachter en kan harde messen niet efficiënt slijpen. Een schuursponsje is extreem zacht en zal daarom nauwelijks krassen veroorzaken.
Overigens hoeft de steen zelf niet hard te zijn. Een zachte wetsteen kan opgebouwd zijn uit harde korrels, die losjes met elkaar verbonden zijn, zodat ze gemakkelijk loskomen en daarmee hun slijpende werking al rollend uitvoeren (zoals bij läppen de bedoeling is). Wel is het vaak zo dat een zachte steen grotere korrels produceert en een harde steen kleinere korrels. Van deze eigenschap wordt in de Japanse slijpkunst veel gebruik gemaakt. Daar geldt een sterk verband tussen hardheid van de steen en de grootte van de korrel. Voor Europese of Amerikaanse stenen is veel minder verband tussen hardheid van de steen en grootte van de korrel. Bijvoorbeeld de vrij zachte groengele Thuringer wetsteen heeft bijzonder kleine korrels en slijpt daarmee zeer snel en zeer glad.

Natuurlijke en synthetische wetstenen

Zoals eerder aangegeven kunnen wetstenen een natuurlijke of kunstmatige herkomst hebben. De verschillen zijn klein, maar aanwezig.
Een wetsteen van natuurlijke herkomst wordt meestal als grote brok rechtstreeks uit de rotsen gezaagd en vervolgens verder gezaagd tot handzame rechthoekige stenen. Kunstmatige wetstenen bestaan uit korrels, die (onder hoge temperatuur en druk) zijn samengeperst tot een steen. Veel kunstmatige stenen worden keramische stenen genoemd, conform andere keramische materialen (aardewerk etc.). De korrels zijn van natuurlijke afkomst (bijv. korund, een natuurlijk hard mineraal) of synthetisch gevormd (bijvoorbeeld aluminiumoxide).

Het verschil tussen natuurlijke en synthetische wetstenen is niet groot. Een synthetische steen heeft een gelijkmatige samenstelling met bekende eigenschappen, zodat het slijpresultaat van één steen uit een serie hetzelfde is als het resultaat van een andere uit dezelfde serie. Een natuurlijke steen is een zo zuiver mogelijk gewonnen natuurlijke steen, die bijna per definitie afwijkt van de ‘buur’steen.  Ook op het oppervlak van één steen kunnen plekken met afwijkende eigenschappen zitten. Een natuurlijke steen is daarom minder gemakkelijk in het gebruik en levert een minder voorspelbaar resultaat op. Dat resultaat wordt vaak wel beter ervaren dan het resultaat van een een synthetische steen.

ContactFeit is wel dat natuurlijke stenen vrijwel van de markt zijn verdrongen door synthetische stenen. Ze worden nog maar op enkele plaatsen in de wereld gewonnen. Je kan de meeste natuurlijke stenen alleen nog vinden bij de antiekhandel of rommelmarkt. De stenen die daar nog worden aangeboden, zijn lang geleden gewonnen en hebben hun nut al ruimschoots bewezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.